Sinds februari is het dan zover, acht jaar later dan gepland wordt de nieuwe hogesnelheidslijn van Madrid naar Barcelona geopend. Daarmee wordt de trein tussen beide steden een concurent van het vliegtuig en de auto.
Over de nieuwe spoorlijn rijdt de Spaanse AVE, een hogesnelheidstrein. Het traject van ruim 600 kilometer wordt door de nieuwe HSL in 2 uur en 38 minuten overbrugt.
Renfe, het Spaanse spoorbedrijf, heeft in de eerste week, nog voor de ingebruikname, 50.000 treinkaartjes verkocht. Renfe hoopt dat de AVE een geduchte concurrent wordt van de luchtbrug van Iberia, die jaarlijks 1,5 miljoen reizigers vervoert. Daarvoor hoef je niet te reserveren: je koopt een ticket en stapt op het eerste vliegtuig.Gewone vluchten van verschillende maatschappijen transporteren nog eens 2,5 miljoen mensen tussen beide steden, waarmee het vliegtuig liefst 53 procent van de reizigersmarkt tussen Madrid en Barcelona in handen heeft. De auto is goede tweede en wordt door 33 procent van de 7,5 miljoen reizigers gekozen, ondanks de grote afstand.
Met de AVE zal de trein zijn huidige aandeel van 9 procent aanzienlijk verhogen, naar 41 procent, is de verwachting. Dat kan nog groeien als de trein steeds sneller gaat. De Siemens S103 gaat voorlopig rijden met een topsnelheid van 300 km per uur, hoewel hij maandag tijdens een proefrit al 400 km per uur haalde.
Bron: Algemeen Dagblad
Bij verplaatsingen tussen de vier grote steden (d.w.z. dat vertrek en aankomst in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht is) heeft de trein in de spits een groot marktaandeel.
Tussen
Rotterdam en
Utrecht (v.v.) heeft de trein zelfs een marktaandeel van 68%. Tussen
Den Haag en Rotterdam worden de meeste reizigerskilometers gemaakt. Hier heeft de trein een marktaandeel van 52%. Van
Amsterdam naar Den Haag en vice versa is het marktaandeel kleiner: 49%.
Genoemde percentateges zijn afkomstig uit het Mobiliteitsonderzoek Nederland 2004 (van Adviesdienst Verkeer en Vervoer). Vanwege het beperkte aantal van dergelijke verplaatsingen dat in 2004 geregistreerd is, zijn ook gegevens van het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG) 1999 t/m 2003 gebruikt. Het OVG werd uitgevoerd door het CBS.
Landelijk gezien neemt de trein 9% van het totale aantal reizigerskilometers voor haar rekening (2006). In 1986 was dit nog minder dan 6%. Het aantal reizigerskilometers per trein is in twintig jaar meer dan verdubbeld. Geen enkel ander vervoersmiddel zag in die periode het aantal reizigerskilometers verdubbelen.
Lees meer >>Hoewel het marktaandeel van de trein bij verplaatsingen tussen de vier grote steden in de meeste gevallen groter is dan dat van de auto, is de gemiddelde reistijd met de trein in de spits wel in alle gevallen langer. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij alle verplaatsingen ook de reistijd van voor- en natransport met de bus/tram/metro, fiets en/of lopen meetelt.
Het gaat in het geval van de trein dus niet alleen om de reistijd van station naar station! Bovendien kiezen sommige mensen tijdens de spits bewust voor de trein, omdat de reis met dit vervoermiddel in hun specifieke situatie korter is dan met de auto. Het verschil in reistijd tussen de auto en de trein is het kleinst tussen Den Haag en Utrecht en vice versa. Het verschil is het grootst tussen Amsterdam en Utrecht en vice versa.
Bron / overgenomen uit:
Mobiliteit in Cijfers 2004Labels: aantal treinreizigers, MON, NS, OVG, verplaatsingen
# gepost door treinreiziger @ 04:29
